Opwarming

Geschreven op 23 Oktober 2018
door Jef Verheyen

Het valt niet altijd mee om meteen ter zake te komen in teksten of presentaties. Maar het is toch de moeite om het te proberen. Kwestie van ons publiek niet meteen op de zenuwen te werken.

Vanochtend was het weer van dattem. Dan mag een mens al eens een echte brief – van een groot bedrijf zowaar – uit de bus halen en dan  begint die met de mededeling dat de postbode is geweest bij dat bedrijf. Want wat lees ik? ‘Wij melden u de goede ontvangst van uw schrijven dd. 9 februari 2015 omtrent de mogelijkheid om‘ en nog zo wat. Ongemeen interessant toch, te mogen vernemen dat de post nog werkt?  Meer zelfs: wat is er fijner dan eraan herinnerd te worden dat je je schrijven dd. 9 februari 2015pleegde? En voor het geval ik zou vergeten zijn waarom ik mijn schrijven stuurde: ik krijg mijn eigen vraag nog eens gratis retour.

Een variant: hoor ik laatst een econoom – knappe bol, tien boeken geschreven – zijn presentatie openen met de boude mededeling dat we in economisch moeilijke tijden leven. Waarop hij gelijk nog verrassender uit de hoek komt met de boodschap dat er een bankencrisis is geweest en dat China een economie in opkomst is. Tien minuten is die bezig voor zijn gehoor iets mag vernemen dat ze nog niet wisten. Geeuw, geeuw.

Ik vind dat pestcommunicatie. Die dooddoeners, dat altijd weer openen met informatie die er niet (meer) toe doet. Waarom toch altijd beginnen met opgewarmde opgewarmde kost en alleen blijk geeft van geringschatting van het publiek?

Dat je zoiets doet als je wordt geïnterviewd, daar kan ik mee leven, daar is dat gewoon pause for thought. U kent dat wel: het woordengordijn dat publieke figuren in interviews soms ophangen om wat tijd te kopen waarin ze snelsnel een plausibel antwoord kunnen bedenken. Al beheerst niet iedereen deze techniek even goed. Zo hoorde ik pas nog een politica zeggen ‘U vraagt mij om een inschatting te maken van een mogelijke de reactie in de ons omringende buurlanden.’ Dat was als antwoord op de vraag ‘Hoe zullen onze buurlanden hierop reageren?’  Ik vermoed dat die reactie trouwens heel anders  zal zijn in de ons  niet-omringende buurlanden, maar dat geheel terzijde.

Neen, de oorzaak van lege intro’s elders is een heel andere dan pause for thought. Dat zit zo: je moet het schrijven eigenlijk als een sportprestatie zien en de schrijvers als sporters. En die hebben een opwarming nodig voor ze een prestatie kunnen neerzetten. Aan die opwarming is nauwelijks iets te beleven, het ziet er trouwens vaak uit als wat nietsnutterige bezighouderij. Wat een geluk dus dat de meeste sporters het publiek niet willen lastigvallen met die opwarming. En daar loopt het in de zakelijke schrijverij vaak mis: de auteurs vergeten hun opwarming eruit te gooien. Of ze willen gewoon niet: ze hebben zo hard moeten zwoegen om op dreef te geraken dat schrappen haast heiligschennis wordt.

En toch, als we nu eens met z’n allen afspreken om principieel onze eerst geschreven zin(nen) te schrappen? Dan hebben we misschien de laatste ‘Zoals iedereen weet’mogen lezen.